U bent hier

Objecten nummeren

Geïnventariseerde objecten kunnen van een nummer voorzien worden om de identificatie te vergemakkelijken. In een museum of depot is dit altijd noodzakelijk. In het geval van een kloostercollectie of een kerkelijke collectie zijn er een paar overwegingen te maken. Nummeren is immers tijdrovend en vergt een grote precisie en zorg en is niet iets waar men zomaar aan kan beginnen. In kloosters en kerken is het aan te raden voor objecten die voor langere tijd worden opgeslagen, of in het kader van een nakende herbestemming.

Het nummer moet altijd reversibel zijn, dat wil zeggen te verwijderen zonder het voorwerp te beschadigen, maar ook duurzaam. Afhankelijk van de object- en materiaalsoort, het doel en de toestand van het object zijn er verschillende methodes.

Een uitgebreid dossier vindt u op de website van FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. 

Krassen, graveren, het gebruik van willekeurige stiften, kleefband, etiketten en zo meer zijn altijd schadelijk voor het object en zijn dus geen geschikte methodes.

Tip: een alternatief voor het nummeren kan zijn om per kast een lijst met foto’s of thumbnails van de stukken te voorzien, bijvoorbeeld aan de binnenzijde van de deur. Dit kan ook helpen bij het correct terugplaatsen van de stukken die nog gebruikt worden.

Bijlage: presentatie over nummeren van objecten door Mieke van Doorselaer, museumconsulent van de provincie Oost-Vlaanderen (in het kader van de vormingsreeks 'Religieus erfgoed beheren', 2008)